Iedereen blootgesteld aan BPA

blikjes-RGB-stock_wkAan bisfenol-A (BPA) valt niet te ontkomen als Westerse consument. De hormoonverstorende stof wordt gebruikt in polycarbonaat, terwijl het derivaat BADGE terug te vinden is in epoxyharsen die worden gebruikt in coatings van blikverpakkingen. Ook zit BPA in thermisch papier, bankbiljetten, tandprotheses en medische hulpapparatuur en zelfs in huisstof. Via voedsel uit blik is de blootstelling het grootst. Maar hoe schadelijk is het precies?De European Food Safety Authority (EFSA) is bezig met het herzien van een eerder advies over BPA uit 2010. Dit naar aanleiding van twee recente onderzoeken waarin BPA neurotoxisch bleek bij ratten, vertelde emeritus hoogleraar aan de UGent Carlos Van Peteghem tijdens de bijeenkomstTop Issues Voedselveiligheid van de Nieuwsbrief Voedselveiligheid en VMT. Half september eindigde de openbare consultatie van de EFSA over deze stof en nu is het wachten op de herziene wetenschappelijke opinie van de Europese voedselveiligheidsautoriteit.

Een stof geldt als hormoonverstorend – volgens de definitie van de EFSA – als hij aan drie voorwaarden voldoet. Hij moet een negatief effect hebben in een organisme of subpopulatie, hij moet endocriene activiteit vertonen (dus een hormoonachtige werking) en het oorzakelijk verband tussen het negatieve effect en de hormoonwerking moet aannemelijk zijn. BPA voldoet aan die criteria.

De dagelijks toelaatbare dosis voor BPA ligt nu nog op 50 microgram per kilogram lichaamsgewicht, maar intussen heeft de Hogere Gezondheidsraad in België al geconcludeerd dat er mogelijk ook hormoonverstorende effecten zijn bij lagere concentraties tijdens sommige perioden van ontwikkeling van de mens. Ook is duidelijk dat de blootstelling via voedsel veel hoger is dan die via andere bronnen, zoals thermisch papier. In flessen voor babyvoeding is BPA sinds 2011 verboden. De zogenoemde specifieke migratielimiet voor de stof is 0,6 milligram per kilogram levensmiddel.

Wat het beoordelen van BPA lastig maakt volgens Van Peteghem, is dat het maar een van de voorkomende hormoonverstorende stoffen is. Daarnaast is het effect van langetermijnblootstelling lastig te meten, want de verbinding valt snel uiteen. Bovendien zijn er geen mensen meer die nog niet zijn blootgesteld, dus een soort ‘nulreferentie’ ontbreekt.

Het eindresultaat van de hernieuwde risicobeoordeling door de EFSA wordt halverwege 2014 verwacht.

Voor wie het wil volgen: EFSA heeft een aparte pagina over BPA

Het verslag van de bijeenkomst Top Issues Voedselveiligheid is te lezen in VMT 21/22 van 4 oktober 2013.